1929 - DE VEROVERING VAN WATERFORT:
- door Aart G. Broek -
- Het verslag opent met een lange zin.
- ‘Op den avond van (zaterdag) den 8sten Juni (1929), tusschen 9 en 9.30 uur, werden de zich in het Waterfort op Curaçao bevindende (politie-)militairen, ten getale van 40, door een troep Venezolanen, die in een 2-tal autobussen het fort binnengereden waren en die voorzien waren: enkele van vuurwapens en de overigen van lange kapmessen, macheta‘s, overvallen, terwijl geleidelijk aan, nadat het fort reeds in handen van de bende gevallen was, meer Venezolanen in auto’s het fort binnenkwamen.’
- Uit andere bron weten we dat vijf mannen van het Korps Militaire Politietroepen (KMP) zich in de post in het fort bevonden.
- Drie KMP’ers waren in de recherchekamer, 23 man KMP en 9 reguliere militairen bevonden zich in de eetzaal, de kantine of slaapzalen van de kazerne.
- Het fort bood hoofdzakelijk huisvesting aan de ongehuwde militairen en militaire politie.
- In Mundo Nobo bij Plantersrust was een woningcomplex voor gehuwde militaire politie gebouwd; vandaar de vermelding op de kaart.
- Enkele gehuwden woonden verspreid door de stad. Op zaterdagavonden werden allerhande, dronken en gewelddadige relschoppers in grote getalen opgepakt.
- Het aantal was zo groot dat zij per autobus naar de cellen in het Waterfort werden gevoerd.
- Hierdoor werd het geenszins als uitzonderlijk ervaren dat een autobus met het nodige kabaal het fort kwam binnenrijden, zoals de Venezolanen onder leiding van Rafael Simón Urbina deden.
- KLEWANGHOUWEN / Het verslag vervolgt: ‘De overval was onverwacht.
- De militairen boden geen georganiseerde tegenstand.
- Wel werden individueele pogingen tot verzet gedaan, doch zonder resultaat.
- De Venezolanen waren dan ook spoedig meester in het fort.
- De overval kostte aan 2 onderofficieren en 1 mindere het leven.’
- De overleden mannen werden niet bij naam genoemd, maar ze zijn natuurlijk wel bekend.
- Sergeant-majoor Lieuwe Vaas en de militairen Jacob Marcusse, sergeant, en Jacobus J. van Zuilen, fuselier, lieten het leven.
- Voor deze drie doden werd op Curaçao een gedenkteken opgericht op het militair kerkhof in Otrobanda.
- Van de aanval op Marcusse blijkt niet alleen de machete bewaard te zijn gebleven in het Marechausseemuseum in Buuren in de Nederlandse provincie Gelderland.
- Daar bevindt zich ook een prozaïsch verslag van zijn dood.
- 'Op den avond van den overval zat Marcusse in gezelschap van twee brigadiers in één der zich naast de politiewacht van het Waterfort bevindende bogen aan tafel, om zijn boterham te nuttigen.
Vli>Hij was gezeten op een stoel en met den rug naar den ingang van den boog gekeerd.
- Een zevental Venezolanen verscheen aan den ingang van dien boog, versperden dezen, terwijl één hunner Marcusse in den rug aanviel, hem een sabelhouw op het hoofd toebracht en hem, toen hij ter aarde was gestort, met klewanghouwen zwaar verwondde.
- Hij is niet in staat geweest zich op eenigerlei wijze te verdedigen; (…).
- Terwijl Marcusse badend in zijn bloed lag te kreunen, is hij geruime tijd later door een geneesheer per ambulance-auto naar het Sint Elisabeth-gesticht vervoerd.’
- In dit ziekenhuis overleed hij de maandag daarop.
- WAPENS EN MUNITIE - Terug naar het koloniaal verslag:
- ‘De ijlings toegeschoten troepencommandant (A.F. Borren), die zich tijdens den overval te zijnen woonhuize (in Mundo Nobo), ongeveer drie kilometer van het Waterfort verwijderd, bevond en die van het incident telefonisch verwittigd was geworden, werd in het fort door de Venezolanen overmand en van zijn vuurwapens ontdaan.’
- Mr. W. M. A. Weitjes, rechter in de Antillen, was bij Borren op bezoek en reed met hem mee het fort in.
- ‘Terwijl de aandacht van de Venezolanen op Borren was gevestigd,’ zo schrijft Weitjes in een brief aan een oud-collega, ‘ontkwam ik aan de andere zijde uit zijn automobiel.
- Ik was slechts met een ploertendooder gewapend, en overigens ken ik mijzelf generlei heldhaftigheid toe, zoodat de vlucht zeer op mijn weg lag.
- Ik heb eenige uren vertoefd in eene woning vlak bij het munitiemagazijn gelegen.’
- We lezen verder in het verslag:
- ‘(…) De aanvoerder van de Venezolanen, meester van het fort, liet door tusschenkomst van den troepencommandant, die zich in zijn macht bevond, den toenmaligen Gouverneur (L. A. Fruytier) mededeelen, dat, indien men hem en zijne aanhangers met de wapens en munitie, welke zij in het fort buitgemaakt hadden, ongehinderd het eiland liet verlaten, er verder geen ongeregeldheden plaats zouden hebben; zoo niet, dan zou hij order geven tot plundering van de stad en tot het in brand steken van de installaties van de Curaçaosche Petroleum Industrie Maatschappij.’
- Het dreigement noodde tot inschikkend handelen.
- ‘De Gouverneur vond het raadzaam maatregelen te treffen tot het vertrek; bijgevolg werd het in de haven liggende stoomschip Maracaibo – hebbende de Venezolaansche aanvoerder dit schip aangewezen voor het vertrek van hem en zijn volgelingen – daartoe gereed gemaakt.
- Urbina en zijn aanhangers begaven zich daarop met den Gouverneur en den troepencommandant naar (het schip) de Maracaibo, waar eenige door de Venezolanen gevangen genomen (politie-)militairen bezig waren de buit gemaakte wapens en munitie in te laden.
- Om 2 uur ’s nachts verliet de Maracaibo de haven, met zich voerende den Gouverneur, den troepencommandant, 11 (politie-)militairen en ongeveer 250 Venezolanen met hun buit, (…).’
- BLAMAGE / Het koloniaal jaarverslag preciseert de buit niet, maar die is wel bekend: 197 geweren, 4 mitrailleurs, 38 pistolen, 75 klewangs, ca. 7.000 patronen, en een bedrag van ca. f. 3.500 uit de brandkast van de Vreemdelingendienst.
- Het een en ander was bedoeld ter ondersteuning van een opstand van Urbina en de zijnen tegen de zittende Venezolaanse regering.
- De volgende dag, zondag 9 juni, om 7 uur in de avond, keerde het schip met de gouverneur en de politiecommandant en zijn mannen terug.
- In het moederland was ‘met leedwezen’ kennis genomen van het noodlottige einde van de drie mannen.
- Wat in het moederland toch bovenal stak was dat een ‘roversbende’ de Nederlandse koloniale macht in z’n hemd had gezet, zowel internationaal als voor het eigen thuisfront én, niet in de laatste plaats, de eilandbewoners.
|